Netto vakantiegeld 2026: lagere inkomens winnen, middeninkomens verliezen iets
Het netto vakantiegeld valt in 2026 niet voor iedereen hoger uit, blijkt uit berekeningen van ADP. Lagere inkomens gaan vooruit, bij middeninkomens zakt het bedrag met enkele euro's.
Het vakantiegeld valt in 2026 netto niet voor alle werknemers hoger uit. Dat blijkt uit berekeningen van salarisverwerker ADP, die VVP online op 23 oktober 2026 publiceerde. Werknemers met een laag inkomen of een kleine deeltijdbaan houden meer over dan vorig jaar, terwijl een deel van de middeninkomens enkele euro's inlevert.
Wie gaat er netto op vooruit?
De grootste winst zit volgens ADP bij parttimers met een bruto maandloon tussen 1.000 en 2.250 euro. Bij 1.000 euro bruto per maand gaat het om 221 euro meer netto vakantiegeld dan in 2025, bij 2.250 euro om 132 euro meer. ADP wijst als oorzaak op een combinatie van maatregelen uit het Belastingplan 2026, die vooral bedoeld is om lagere inkomens tegemoet te komen.
Ook werknemers met het minimumloon gaan erop vooruit. Bij een 36-urige werkweek is dat 61 euro extra, bij een 40-urige werkweek 60 euro. In die berekening is ook de stijging van het wettelijk minimumuurloon meegenomen. Wil je nagaan wat het minimumloon voor een bepaalde leeftijd is, dan helpt de minimumloon-tool.
Waar zit het verlies?
Er is één uitschieter in de lagere inkomens: bij een bruto maandloon van 2.000 euro daalt het netto vakantiegeld met 5 euro. Dat komt doordat de arbeidskorting bij dit inkomen dit jaar minder snel oploopt dan in 2025.
Werknemers met 2.500 of 2.750 euro bruto per maand houden circa 7 euro minder over, om dezelfde reden. Bij 3.000 euro bruto is er juist een plus van 39 euro. Zij betalen in 2026 over hun hele inkomen het lage belastingtarief, terwijl een klein deel van hun inkomen vorig jaar nog in het hogere middentarief viel.
Bij een modaal inkomen van 3.704 euro bruto per maand daalt het netto vakantiegeld met 5 euro, bij 1,5 keer modaal (5.556 euro) met 7 euro. ADP noemt twee oorzaken: het tarief in de middenschijf is licht gestegen en de inkomensafhankelijke loonheffingskortingen worden anders afgebouwd. Vanaf twee keer modaal (7.407 euro bruto per maand) is het netto vakantiegeld gelijk aan dat van 2025.
Overzicht van de berekeningen
| Bruto maandloon | Verschil netto vakantiegeld t.o.v. 2025 |
|---|---|
| 1.000 euro | +221 euro |
| 2.000 euro | -5 euro |
| 2.250 euro | +132 euro |
| 2.500 en 2.750 euro | circa -7 euro |
| 3.000 euro | +39 euro |
| 3.704 euro (modaal) | -5 euro |
| 5.556 euro (1,5 keer modaal) | -7 euro |
| 7.407 euro (2 keer modaal) | gelijk |
Het gaat om rekenvoorbeelden van ADP. Het werkelijke bedrag op de loonstrook kan afwijken, bijvoorbeeld door een toegepaste loonheffingskorting, pensioenpremies of andere looncomponenten.
Wat betekent dit voor werkgevers?
Voor jouw loonkosten verandert er niets: de vakantiebijslag blijft minimaal 8 procent van het brutoloon. Het verschil zit aan de netto-kant, en daar krijgt je HR- of salarisadministratie mogelijk vragen over. Een paar praktische stappen:
- Leg het verschil tussen bruto en netto uit. Werknemers die minder netto ontvangen, vermoeden soms een fout. Een korte toelichting met verwijzing naar de belastingmaatregelen 2026 voorkomt onnodige vragen.
- Controleer de loonstrook steekproefsgewijs. Check of de vakantiebijslag over het juiste loon is berekend en of de loonheffingskorting klopt, zeker bij parttimers en werknemers met meerdere dienstverbanden.
- Informeer minimumloners en parttimers apart. Zij gaan er meestal op vooruit. Maak duidelijk dat dit komt door de belastingmaatregelen en door het hogere minimumloon, niet door een hogere bijslag van jouw kant.
- Verwijs voor persoonlijke situaties door. Voor individuele vragen over belasting en kortingen is de Belastingdienst het aangewezen loket. Jij hoeft geen persoonlijk belastingadvies te geven.
- Houd je begroting bij het bruto. Wil je de totale kosten per werknemer doorrekenen, inclusief vakantiegeld en werkgeverspremies, gebruik dan de loonkostentool.
Context: waarom het effect zo ongelijk uitpakt
Het netto vakantiegeld wordt belast alsof het bijzonder loon is, waardoor kleine verschuivingen in tarieven en kortingen direct doorwerken. Bij lage inkomens wegen de ingrepen uit het Belastingplan 2026 zwaar. Rond 2.000 tot 2.750 euro bruto per maand blijkt de langzamer oplopende arbeidskorting juist een rem. Bij middeninkomens spelen het licht verhoogde tarief in de middenschijf en de afbouw van de kortingen een rol. De uitkomst is een patroon zonder duidelijke lijn: de verschillen blijven voor de meeste groepen beperkt tot enkele euro's, behalve bij de lagere inkomens, waar de bedragen oplopen.
Voor werknemers boven twee keer modaal verandert er volgens ADP niets.
Veelgestelde vragen
Krijg ik in 2026 meer netto vakantiegeld? +
Dat hangt af van je inkomen. Volgens ADP gaan parttimers en minimumloners er netto meestal op vooruit, terwijl werknemers met een bruto maandloon van ongeveer 2.500 tot 1,5 keer modaal er iets op achteruitgaan.
Hoeveel vakantiegeld krijgt een minimumloner netto extra? +
ADP rekent op 61 euro extra bij een 36-urige werkweek en 60 euro extra bij een 40-urige werkweek, vergeleken met 2025. De stijging van het minimumuurloon is hierin meegenomen.
Hoeveel is het bruto vakantiegeld in 2026? +
De vakantiebijslag bedraagt wettelijk minimaal 8 procent van het brutoloon. De verschillen in netto vakantiegeld komen door belastingmaatregelen en kortingen, niet door een andere bijslag.
Waarom krijgt iemand met 2.000 euro bruto per maand netto minder? +
Bij dat inkomen bouwt de arbeidskorting dit jaar minder snel op dan in 2025, meldt ADP. Het gaat om een achteruitgang van 5 euro netto.
Bronnen
HRM365 schrijft eigen artikelen op basis van deze bronnen. Dit artikel is informatief en geen juridisch advies.