Vakantiedagen wettelijk en bovenwettelijk: verschil, opbouw en vervallen
Wettelijke vakantiedagen zijn het minimum van viermaal je wekelijkse arbeidsduur per jaar. Alles daarboven is bovenwettelijk en volgt uit contract of cao. Deze gids legt uit wat het verschil is voor opbouw, vervallen, ziekte en uitbetaling.
Vakantiedagen wettelijk en bovenwettelijk: het zijn twee categorieën met verschillende regels. Wettelijke vakantiedagen zijn het minimum dat een werknemer per jaar opbouwt: vier keer de overeengekomen wekelijkse arbeidsduur. Bij een werkweek van 40 uur is dat 160 uur. Alle dagen daarboven zijn bovenwettelijk. Die komen uit het arbeidscontract, de cao of het personeelsreglement, en daarvoor gelden vaak andere afspraken over vervallen, ziekte en uitbetaling.
In deze gids lees je wat het verschil is, hoe je het rekent, wanneer dagen vervallen en wat je als werkgever of werknemer moet regelen. Wil je direct je eigen saldo uitrekenen, gebruik dan de rekentool voor vakantiedagen.
Wat zijn wettelijke vakantiedagen?
De wet geeft elke werknemer recht op minimaal vier keer de wekelijkse arbeidsduur aan vakantie per jaar. Dit is een rekenregel in uren, geen vast aantal dagen. Een werknemer met een contract van 40 uur per week bouwt 160 uur op. Werkt iemand 24 uur per week, dan zijn dat 96 uur.
Belangrijk om te weten:
- Het recht geldt voor iedereen met een arbeidsovereenkomst, dus ook voor parttimers, oproepkrachten en werknemers met een tijdelijk contract.
- Je bouwt vakantie op over de periode dat je een dienstverband hebt. Begin of eindig je halverwege het jaar, dan bouw je naar evenredigheid op.
- Van het wettelijk minimum kun je niet ten nadele van de werknemer afwijken. Een contract dat minder dagen geeft, is op dat punt niet geldig.
- Bij vakantie loopt het loon gewoon door. Dat geldt ook voor de wettelijke dagen.
Wat zijn bovenwettelijke vakantiedagen?
Bovenwettelijke vakantiedagen zijn alle dagen die je krijgt boven het wettelijk minimum. Ze zijn het gevolg van een afspraak: in de arbeidsovereenkomst, in een cao of in het personeelshandboek. Veel werkgevers geven bijvoorbeeld 25 of 26 dagen op fulltimebasis. Bij een werkweek van 40 uur zijn dan 5 of 6 dagen bovenwettelijk.
Omdat deze dagen op afspraken berusten, kun je er in veel gevallen andere regels voor afspreken dan voor wettelijke dagen. Denk aan een kortere vervaltermijn, een andere opbouw tijdens langdurige ziekte of de mogelijkheid om dagen uit te betalen. Dat kan alleen als het duidelijk is vastgelegd. Controleer dus altijd je arbeidsovereenkomst en cao.
Bij bijzonder verlof (zoals zorgverlof of kraamverlof) gaat het om aparte regelingen. Die tellen niet mee als vakantiedagen.
Vakantiedagen wettelijk en bovenwettelijk: de verschillen op een rij
| Onderwerp | Wettelijke dagen | Bovenwettelijke dagen |
|---|---|---|
| Hoeveel | 4 × wekelijkse arbeidsduur per jaar | Wat contract, cao of reglement toekent boven het minimum |
| Afwijken ten nadele van werknemer | Niet toegestaan | Binnen de afspraken en grenzen van de wet mogelijk |
| Vervallen | 6 maanden na het kalenderjaar van opbouw, mits tijdig geïnformeerd | Verjaring na 5 jaar, tenzij een kortere termijn is afgesproken |
| Uitbetalen tijdens dienstverband | Niet toegestaan | In overleg mogelijk |
| Uitbetalen bij einde dienstverband | Verplicht voor niet-opgenomen dagen | Verplicht voor niet-opgenomen dagen |
| Opbouw tijdens ziekte | Loopt door | Kan anders zijn geregeld in contract of cao |
Uitgangspunt is dat bij opname eerst de wettelijke dagen worden afgeboekt, en daarna pas de bovenwettelijke. Zo blijft het beschermde deel zo kort mogelijk bestaan.
Hoe bereken je het aantal vakantiedagen? Een voorbeeld
De berekening gaat het best in uren. Neem een medewerker die 28 uur per week werkt, verdeeld over vier dagen van 7 uur. Het contract geeft op fulltimebasis 25 dagen (200 uur bij 40 uur per week).
- Wettelijk: 4 × 28 uur = 112 uur.
- Totaal volgens contract: 200 uur × (28 / 40) = 140 uur.
- Bovenwettelijk: 140 − 112 = 28 uur.
- In dagen van 7 uur: 16 wettelijke dagen en 4 bovenwettelijke dagen, samen 20 dagen.
Begint deze medewerker op 1 april, dan bouwt zij over negen maanden op. Het jaartotaal van 140 uur wordt dan vermenigvuldigd met 9/12: 105 uur. Splits je dit ook weer op in wettelijk en bovenwettelijk, dan kom je op 84 uur wettelijk (112 × 9/12) en 21 uur bovenwettelijk (28 × 9/12).
Wijzigt het aantal contracturen halverwege het jaar, dan reken je per periode. Het opgebouwde saldo in uren blijft staan, zodat een werknemer die minder gaat werken niet automatisch dagen kwijtraakt.
Wanneer vervallen vakantiedagen?
Hier zit de grootste valkuil voor werkgevers.
Wettelijke dagen
Wettelijke vakantiedagen vervallen zes maanden na het einde van het kalenderjaar waarin ze zijn opgebouwd. Dagen uit 2025 zijn dan op 1 juli 2026 vervallen. Dit geldt alleen als de werkgever de medewerker da
Veelgestelde vragen
Hoeveel wettelijke vakantiedagen heb je? +
Je hebt per jaar recht op vier keer je overeengekomen wekelijkse arbeidsduur. Bij een fulltime werkweek van 40 uur zijn dat 160 uur, oftewel 20 dagen van 8 uur.
Wat zijn bovenwettelijke vakantiedagen? +
Dat zijn alle vakantiedagen boven het wettelijk minimum. Ze volgen uit je arbeidsovereenkomst, cao of personeelsreglement. Daardoor kunnen de regels voor vervallen, ziekte en uitbetaling afwijken.
Wanneer vervallen vakantiedagen? +
Wettelijke dagen vervallen 6 maanden na het einde van het kalenderjaar waarin ze zijn opgebouwd, mits de werkgever de medewerker tijdig heeft geïnformeerd. Bovenwettelijke dagen verjaren na 5 jaar, tenzij contract of cao een kortere termijn noemt.
Mag een werkgever vakantiedagen uitbetalen? +
Wettelijke dagen mag je tijdens het dienstverband niet uitbetalen. Bij einde dienstverband moet je niet-opgenomen dagen wel uitbetalen. Bovenwettelijke dagen kun je in overleg ook eerder uitbetalen.