Bijna € 2 miljoen voor onderzoek naar leefstijl op de werkvloer
Op 22 oktober ging in Assen het project Ondernemend in Leefstijl van start, met een subsidiecheque van € 1.937.322. Minimaal negen werkgevers testen of leefstijlinterventies het verzuim verlagen en financieel renderen.
Op donderdag 22 oktober 2026 is in het provinciehuis van Drenthe in Assen het project Ondernemend in Leefstijl officieel gestart. Werkgevers, mkb-ondernemers en kennisinstellingen in Noord-Nederland gaan onderzoeken welke leefstijlinterventies verzuim verminderen en medewerkers vitaler maken, en wat dat werkgevers financieel oplevert. Dat meldt Samenwerkingsverband Noord-Nederland (SNN).
Subsidiecheque van € 1.937.322
Tijdens de kick-off werd een subsidiecheque van € 1.937.322 uitgereikt. Het project wordt gefinancierd met een bijdrage uit het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) en nationale cofinanciering. Gedeputeerde Willemien Meeuwissen opende het project namens de provincies Drenthe, Groningen en Fryslân.
Technologie Centrum Noord-Nederland (TCNN) is penvoerder en coördineert de samenwerking. In het consortium zitten onder meer het UMCG, de Rijksuniversiteit Groningen, NHL Stenden Hogeschool, LeefstijlStraat, ZorgpleinNoord, VitaalNed en het eHealth Innovation Lab Groningen, aangevuld met een aantal kleinere bedrijven.
Wat gaat het project doen?
Veel werkgevers investeren in vitaliteit, maar weten volgens de initiatiefnemers niet goed welke aanpak bij hun organisatie past en wat die oplevert. Tegelijk hebben leefstijlondernemers vaak moeite om de werking van hun aanpak te onderbouwen. Het project wil beide partijen bij elkaar brengen via een Leefstijlinterventie Programma.
Werkgevers krijgen daarbij één centraal aanspreekpunt. De werkwijze verloopt in vier stappen:
- Eerst wordt in kaart gebracht wat er speelt in de organisatie en bij de medewerkers.
- Op basis daarvan worden passende interventies gekozen.
- Die interventies worden ingezet in de praktijk.
- Daarna wordt gemeten wat ze opleveren.
Projectmanager Laurens Nijp zegt dat het project niet alleen meer aandacht voor vitaliteit wil, maar vooral "inzichtelijk wil maken wat werkt" (bron: SNN).
Concrete doelen en meetpunten
De ambities zijn in aantallen vastgelegd. Het project ondersteunt minimaal twaalf leefstijlondernemers, ten minste negen werkgevers voeren een praktijkpilot uit en in totaal moeten minimaal 2.050 medewerkers worden bereikt. De pilots richten zich onder andere op zorg en welzijn, transport en logistiek en metalektro.
Onderzocht wordt wat de interventies doen met werkvermogen, verzuim en werkgeluk. Ook kijken de partners naar de financiële opbrengsten voor werkgevers. Het streven is om te onderzoeken of een rendement van minimaal twee euro per geïnvesteerde euro kan worden onderbouwd. Dat is dus een onderzoeksdoel en geen vaststaand resultaat. Hoe lang het project loopt en wanneer de eerste uitkomsten verschijnen, vermeldt SNN in het bericht niet.
Preventie op de agenda
Tijdens de kick-off stond de vertaling van preventie naar de dagelijkse praktijk centraal. Verslavingsarts en auteur Robert van de Graaf sprak over wat duurzame gedragsverandering vraagt van werkgevers, professionals en medewerkers. Wouter Frencken, hoofd Arbeid en Gezondheid bij het UMCG, ging in op de samenhang tussen verzuim, herstel en duurzaam presteren.
Wat betekent dit voor werkgevers?
Het project is regionaal en de pilotplekken zijn beperkt, dus niet elke werkgever kan meedoen. Toch zijn er lessen te trekken voor de eigen aanpak van vitaliteit en verzuim:
- Begin met een nulmeting. Het project start met inzicht in wat er speelt. Doe dat ook intern: verzuimpercentage, meldingsfrequentie en de belangrijkste verzuimoorzaken. Met de rekentool voor verzuimkosten maak je zichtbaar wat verzuim je nu kost.
- Vraag leveranciers om onderbouwing. Laat aanbieders van leefstijlprogramma's uitleggen hoe ze effect meten en op welke doelgroep ze dat hebben getest.
- Formuleer vooraf meetbare doelen. Denk aan verzuim, werkvermogen of werkgeluk, en bepaal hoe en wanneer je meet. Zonder vooraf bepaalde meetpunten is een rendement achteraf niet te onderbouwen.
- Begin klein. Een pilot met één afdeling of functiegroep levert sneller leerpunten op dan een organisatiebrede uitrol.
- Behandel het rendement van twee euro als hypothese. Reken het niet door in je begroting zolang het onderzoek geen uitkomsten heeft.
Werkgevers in Drenthe, Groningen of Fryslân, vooral in de genoemde sectoren, kunnen bij TCNN of SNN navragen of deelname aan een pilot mogelijk is. Het bericht noemt daarvoor geen aanmeldprocedure.
De uitkomsten zijn vooral relevant voor werkgevers die willen weten of leefstijlinvesteringen zich terugbetalen. Zolang die ontbreken, blijft het verstandig om zulke investeringen te toetsen aan de eigen verzuimcijfers.
Veelgestelde vragen
Wat is Ondernemend in Leefstijl? +
Een Noord-Nederlands innovatieproject waarin werkgevers, leefstijlondernemers en kennisinstellingen leefstijlinterventies testen en meten wat die opleveren. Technologie Centrum Noord-Nederland (TCNN) is penvoerder.
Hoeveel subsidie krijgt het project? +
Tijdens de kick-off op 22 oktober werd een subsidiecheque van € 1.937.322 uitgereikt. Het geld komt uit het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) en nationale cofinanciering.
Welke sectoren doen mee aan de pilots? +
De pilots richten zich onder andere op zorg en welzijn, transport en logistiek en metalektro.
Wat wil het project aantonen? +
Het kijkt naar effecten op werkvermogen, verzuim en werkgeluk, en naar de financiële opbrengsten voor werkgevers. Het doel is te onderzoeken of een rendement van minimaal twee euro per geïnvesteerde euro te onderbouwen is.
Bronnen
- SNN ↗
HRM365 schrijft eigen artikelen op basis van deze bronnen. Dit artikel is informatief en geen juridisch advies.