Transitievergoeding berekenen: formule, voorbeelden en maximum 2026
De transitievergoeding is een derde maandsalaris per dienstjaar, met in 2026 een maximum van € 102.000 (of een jaarsalaris als dat hoger is). Deze gids laat stap voor stap zien hoe je rekent, welk loon meetelt en wanneer er geen recht op is.
Je berekent de transitievergoeding door het bruto maandsalaris (inclusief vakantiegeld en vaste toeslagen) te delen door drie en te vermenigvuldigen met het aantal dienstjaren. Een deel van een jaar tel je naar evenredigheid mee. In 2026 geldt een maximum van € 102.000 bruto, of het bruto jaarsalaris als dat hoger is. Deze gids laat zien hoe je de transitievergoeding berekenen stap voor stap aanpakt, welk loon meetelt en waar het in de praktijk vaak misgaat.
Wil je direct rekenen? Gebruik dan de rekentool voor de transitievergoeding. Hieronder lees je hoe de berekening werkt, zodat je de uitkomst ook kunt controleren.
Wat is de transitievergoeding en wanneer heb je er recht op?
De transitievergoeding is een wettelijke vergoeding voor werknemers van wie het dienstverband op initiatief van de werkgever eindigt. Ze is bedoeld om de overgang naar ander werk te ondersteunen. Het recht bestaat vanaf de eerste werkdag: een minimale duur van het dienstverband is niet vereist.
Je hebt in elk geval recht op de vergoeding in deze situaties:
- De werkgever zegt de arbeidsovereenkomst op met toestemming van UWV, bijvoorbeeld bij bedrijfseconomisch ontslag of langdurige arbeidsongeschiktheid.
- De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst op verzoek van de werkgever.
- Een contract voor bepaalde tijd loopt af en de werkgever zet het niet voort, of biedt alleen voort te zetten onder duidelijk slechtere voorwaarden.
- Werkgever en werknemer beëindigen het dienstverband met een vaststellingsovereenkomst. De wettelijke vergoeding vormt dan in de praktijk de ondergrens van de onderhandeling.
Voor een ontslag wegens verminderde behoefte aan arbeid, bijvoorbeeld door nieuwe technologie, moet de werkgever bij UWV wel een goede onderbouwing leveren. Lees daarover meer in AI is geen ontslaggrond: wat UWV wél onderbouwd wil zien.
Transitievergoeding berekenen: de formule
De wettelijke formule is eenvoudig:
Transitievergoeding = ⅓ × bruto maandsalaris × aantal dienstjaren
Een derde maandsalaris per dienstjaar geldt voor alle werknemers, ongeacht leeftijd en duur van het dienstverband. Een deel van een dienstjaar reken je naar evenredigheid mee. Na 6 jaar en 6 maanden reken je dus met 6,5 dienstjaar. De werkgever mag dit per maand of per dag uitrekenen; de uitkomsten verschillen daardoor soms enkele euro's.
Het uitgangspunt is altijd het bruto maandsalaris op het moment dat het dienstverband eindigt, inclusief de loononderdelen die in de volgende paragraaf staan.
Stappenplan: zo bereken je de transitievergoeding
- Stel vast of er recht op is. Controleer de uitzonderingen verderop in deze gids.
- Bepaal de einddatum van het dienstverband. Dit is de laatste dag waarop de arbeidsovereenkomst loopt, dus inclusief de opzegtermijn. Die termijn bereken je met de rekentool voor de opzegtermijn.
- Tel de dienstjaren. Reken ook opvolgende contracten mee die als keten tellen.
- Bepaal het bruto maandsalaris. Tel vakantiegeld, vaste toeslagen en gemiddeld variabel loon erbij op.
- Deel het maandsalaris door drie en vermenigvuldig met het aantal dienstjaren (met decimalen voor maanden of dagen).
- Toets aan het maximum. Is de uitkomst hoger dan € 102.000 (2026) of, bij een hoger loon, het bruto jaarsalaris, dan geldt het maximum.
- Verreken toegestane kosten, zoals vooraf overeengekomen inzetbaarheidskosten (zie hieronder).
Welk salaris telt mee bij de berekening?
Het maandsalaris voor de transitievergoeding is ruimer dan alleen het basissalaris. Je telt mee:
- het bruto basismaandsalaris;
- vakantiegeld (in veel gevallen 8%);
- vaste eindejaarsuitkering of dertiende maand;
- vaste toeslagen, zoals ploegendiensttoeslag of onregelmatigheidstoeslag;
- vaste overwerkvergoeding;
- structurele provisie of bonus;
- overige vaste vergoedingen en emolumenten, bijvoorbeeld een structurele winstuitkering.
Niet mee tellen onkostenvergoedingen (zoals reiskosten voor werkelijk gemaakte kosten) en vergoedingen of uitkeringen die echt eenmalig zijn.
Variabel loon: gemiddelde over de laatste drie jaar
Wisselt een loononderdeel per maand, zoals overwerk, ploegentoeslag of provisie, dan neem je het gemiddelde over de laatste 36 maanden. Is het dienstverband korter, dan neem je het gemiddelde over de werkelijke duur. Dit voorkomt dat een uitschieter vlak voor het einde de uitkomst vertekent.
Deeltijd
Werkt de werknemer in deeltijd, dan reken je met het werkelijke salaris. Een aparte correctie voor deeltijd is niet nodig; het lagere salaris werkt automatisch door in de vergoeding.
Hoe tel je dienstjaren?
Het dienstverband loopt van de eerste tot de laatste dag van de arbeidsovereenkomst. Bij opvolgende tijdelijke contracten geldt: ligt er tussen twee contracten niet meer dan zes maanden, dan tellen ze samen als één dienstverband. Dat sluit aan bij de ketenregeling, die uitgaat van maximaal drie contracten in drie jaar, met een onderbreking van meer dan zes maanden om de keten te doorbreken.
Ook uitzendperioden bij dezelfde opdrachtgever kunnen meetellen als de werknemer daarna rechtstreeks in dienst komt, afhankelijk van de contractvorm en de tussenpozen. Twijfel je? Controleer de contractgeschiedenis in de personeelsadministratie.
Voorbeeldberekeningen
De onderstaande voorbeelden zijn illustratief en rekenen met bruto bedragen.
| Situatie | Maandsalaris (incl. vakantiegeld en toeslagen) | Dienstjaren | Berekening | Vergoeding (bruto) |
|---|---|---|---|---|
| Vast salaris | € 3.240 | 6,5 | € 3.240 / 3 × 6,5 | € 7.020 |
| Met variabele toeslag | € 3.510 | 9⅓ (9 jaar, 4 maanden) | € 3.510 / 3 × 9,333 | € 10.920 |
| Lang dienstverband | € 4.200 | 12,25 | € 4.200 / 3 × 12,25 | € 17.150 |
Uitwerking van voorbeeld 1
Een werknemer verdient € 3.000 bruto per maand, plus 8% vakantiegeld. Het maandsalaris voor de berekening is dus € 3.000 × 1,08 = € 3.240. Een derde daarvan is € 1.080 per dienstjaar. Bij 6 jaar en 6 maanden is de vergoeding € 1.080 × 6,5 = € 7.020 bruto.
Uitwerking van voorbeeld 2
Een werknemer verdient € 3.000 per maand en ontving de afgelopen 36 maanden gemiddeld € 250 per maand aan ploegentoeslag. Samen is dat € 3.250. Met 8% vakantiegeld is het maandsalaris € 3.510. Een derde is € 1.170 per dienstjaar. Bij 9 jaar en 4 maanden komt de vergoeding op € 1.170 × 9,333 = € 10.920 bruto.
Wat is het maximum in 2026?
De transitievergoeding is begrensd. In 2026 bedraagt het maximum € 102.000 bruto. Verdient de werknemer meer dan dat bedrag per jaar, dan is het maximum zijn bruto jaarsalaris. In 2025 was het maximum nog € 98.000. Voor een ontslag dat in 2026 ingaat, geldt het bedrag van 2026. Controleer bij ontslagen rond de jaarwisseling dus goed de einddatum van het dienstverband.
Wanneer is er geen recht op transitievergoeding?
In een aantal situaties is de werkgever de vergoeding niet verschuldigd. De belangrijkste:
- De werknemer zegt zelf op. Dit geldt niet als de opzegging het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever.
- Ontslag wegens ernstig verwijtbaar gedrag van de werknemer, bijvoorbeeld bij een terecht ontslag op staande voet.
- De werknemer is jonger dan 18 en werkt gemiddeld maximaal 12 uur per week.
- Faillissement of
Veelgestelde vragen
Hoeveel transitievergoeding krijg je per dienstjaar? +
Je krijgt een derde van je bruto maandsalaris per dienstjaar, inclusief vakantiegeld en vaste toeslagen. Voor een deel van een jaar wordt de vergoeding naar evenredigheid berekend.
Wat is het maximum van de transitievergoeding in 2026? +
In 2026 is het maximum € 102.000 bruto. Verdient de werknemer per jaar meer dan dat bedrag, dan is het maximum zijn bruto jaarsalaris. In 2025 was het maximum € 98.000.
Heb je recht op transitievergoeding als je zelf ontslag neemt? +
Normaal gesproken niet. Alleen als de opzegging het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever, kan de werknemer toch aanspraak maken op de vergoeding.
Binnen welke termijn moet de transitievergoeding worden betaald? +
De werkgever moet de vergoeding uiterlijk een maand na het einde van het dienstverband betalen. De werknemer moet bij een geschil binnen drie maanden na het einde van de arbeidsovereenkomst naar de rechter.