SP wil minimumloon met 5 procent verhogen: gevolgen voor werkgevers
De SP wil het wettelijk minimumloon met 5 procent verhogen om de koopkracht van de laagstbetaalden te versterken. Het is een verkiezingsvoorstel, geen wet, maar het laat zien wat er voor werkgevers met lage loonschalen op het spel staat.
De SP wil dat het wettelijk minimumloon met 5 procent omhoog gaat, zodat de koopkracht van de laagstbetaalden toeneemt. Dat meldt het Reformatorisch Dagblad op basis van een ANP-bericht, waarin fractievoorzitter Roemer het plan toelichtte als voorproefje op het verkiezingsprogramma van de partij. Het gaat om een politiek voorstel en niet om vastgesteld beleid, maar voor werkgevers met veel medewerkers op of dicht bij het minimumloon is het goed om de rekensom alvast te maken.
Wat stelt de SP voor?
Volgens het ANP-bericht noemt Roemer de loonsverhoging als onderdeel van een bredere lijn: in een crisis moeten mensen met de laagste inkomens worden ontzien en zekerheid krijgen. Daarbij hoort volgens de partij dat het ontslagrecht niet wordt aangepast.
Het bericht noemt nog enkele andere voorstellen:
- kinderbijslag en zorgpremies inkomensafhankelijk maken;
- de hypotheekrenteaftrek geleidelijk beperken, binnen tien jaar tot een bedrag van 350.000 euro;
- de AOW-leeftijd op 65 jaar houden.
Welke voorstellen uiteindelijk in het definitieve verkiezingsprogramma staan, lees je het best na op de website van de partij zelf. Een verkiezingsstandpunt wordt pas relevant voor de loonkosten als het in een coalitieakkoord en vervolgens in wetgeving terechtkomt.
Zo werkt het minimumloon nu
Het wettelijk minimumloon wordt twee keer per jaar aangepast: per 1 januari en per 1 juli. Voor werknemers van 21 jaar en ouder steeg het bruto uurloon in 2026 van € 14,71 naar € 14,99 op 1 juli, een stijging van ruim 1,9 procent. Voor jongere werknemers geldt een percentage van dat bedrag, oplopend met de leeftijd.
Een extra verhoging van 5 procent zou dus aanzienlijk groter zijn dan de gebruikelijke halfjaarlijkse aanpassing. De tabel hieronder toont een rekenvoorbeeld op basis van de bedragen sinds 1 juli 2026. De bedragen met 5 procent zijn afgeronde illustraties, geen officiële cijfers.
| Leeftijd | Bruto per uur (1 juli 2026) | Illustratie: +5 procent |
|---|---|---|
| 21 jaar en ouder | € 14,99 | circa € 15,74 |
| 20 jaar | € 11,99 | circa € 12,59 |
| 19 jaar | € 8,99 | circa € 9,44 |
| 18 jaar | € 7,50 | circa € 7,88 |
Welk bedrag voor jouw medewerkers geldt, zie je in de minimumloontool.
Meer dan alleen het brutoloon
Bij een hoger minimumloon blijft het niet bij het uurloon. Het vakantiegeld bedraagt minimaal 8 procent van het loon en stijgt dus mee. Ook premies die een percentage van het loon zijn, zoals de werkgeverspremies voor de Zorgverzekeringswet (6,1 procent in 2026) en de sectorafhankelijke premies voor de WW en de AOF, worden hoger omdat de grondslag groeit. Voor medewerkers op minimumloon blijft het loon ruim onder het maximale premieloon van € 79.409, dus die premies groeien in principe evenredig mee.
Daarnaast ontstaat vaak een doorwerkingseffect. Als het minimumloon stijgt, komen ook schalen net daarboven onder druk te staan. Zeker in cao's en bedrijfsschalen waarin de laagste schalen dicht bij het wettelijk minimum liggen, kan het verschil met de volgende functiegroep kleiner worden.
Wat betekent dit voor werkgevers?
Zolang het om een voorstel gaat, hoef je niets aan te passen. Wel is het verstandig om nu al inzicht te hebben in je kwetsbaarheid voor een forse stijging van het minimumloon. Concreet:
- Breng in kaart hoeveel medewerkers op of net boven het minimumloon werken, uitgesplitst naar leeftijd en contracturen.
- Reken een scenario door met 5 procent hogere uurlonen, inclusief vakantiegeld en werkgeverspremies. Met de loonkostentool maak je dat per functie inzichtelijk.
- Kijk naar doorwerking op de schalen direct boven het minimum, zodat je niet verrast wordt door onderlinge verhoudingen.
- Controleer prijsafspraken in langlopende contracten, bijvoorbeeld in schoonmaak, horeca, detailhandel of uitzendwerk. Kijk of er indexatieclausules in staan die loonstijgingen kunnen doorberekenen.
- Volg de formele besluitvorming. Pas bij een vastgesteld wetsvoorstel of coalitieakkoord is duidelijk of en wanneer een verhoging ingaat.
Op het ontslagrecht hoef je op basis van dit voorstel niets te anticiperen. Volgens het bericht wil de SP daar niets aan veranderen, dus de huidige regels voor opzegtermijnen en transitievergoeding blijven het uitgangspunt.
Wat is de volgende stap?
Het verkiezingsprogramma van de SP moet nog worden gepresenteerd en gewogen door kiezers. Daarna bepalen de verhoudingen in het parlement en de formatie wat er van de plannen overblijft. Tot die tijd blijft de reguliere indexering per 1 januari en 1 juli leidend voor je loonkostenbegroting.
Veelgestelde vragen
Wat is het minimumloon per uur in 2026? +
Sinds 1 juli 2026 is het bruto minimumloon voor werknemers van 21 jaar en ouder € 14,99 per uur. Van 1 januari tot 1 juli 2026 was dat € 14,71.
Gaat het minimumloon écht met 5 procent omhoog? +
Nee, nog niet. Het is een voorstel van de SP. Een verhoging moet door het parlement worden vastgesteld en de wettelijke indexering per 1 januari en 1 juli blijft intussen gewoon gelden.
Wat kost een verhoging van 5 procent een werkgever extra? +
Het brutoloon stijgt met 5 procent. Daarbovenop stijgen vakantiegeld (8 procent) en premies die een percentage van het loon zijn mee. Met de loonkostentool zie je wat dit voor jouw situatie betekent.
Verandert het ontslagrecht volgens de SP? +
Volgens het bericht wil de partij niets veranderen aan het ontslagrecht. De transitievergoeding blijft dan gebaseerd op de huidige regels, met een maximum van € 102.000 in 2026.
Bronnen
HRM365 schrijft eigen artikelen op basis van deze bronnen. Dit artikel is informatief en geen juridisch advies.