Personeelskorting op eigen producten: vrijstelling verdwijnt in 2027
Het kabinet schaft de gerichte vrijstelling voor personeelskorting op branche-eigen producten af, zonder overgangsrecht of uitstel. Werkgevers kunnen de korting blijven geven via de vrije ruimte van de werkkostenregeling.
Het kabinet schaft de gerichte vrijstelling voor personeelskorting op branche-eigen producten af, en geeft daarbij geen overgangsrecht of uitstel. Dat meldt Salaris Vanmorgen op 12 oktober 2026. Werkgevers die hun personeel korting geven op producten uit de eigen branche moeten vanaf 2027 een andere fiscale route kiezen.
Wat verandert er?
Nu mag een werkgever onder voorwaarden onbelaste korting geven op branche-eigen producten. De korting mag maximaal 20% van de waarde in het economisch verkeer bedragen, met een maximum van € 500 per werknemer per kalenderjaar. Die vrijstelling verdwijnt.
Personeelskorting zelf blijft toegestaan. Het staat werkgevers vrij hun arbeidsvoorwaarden zelf in te vullen, al dan niet binnen de toepasselijke cao. Fiscaal heb je daarna twee keuzes:
- Je belast de korting als loon in natura bij de werknemer.
- Je wijst het voordeel aan als eindheffingsloon onder de werkkostenregeling (WKR). De kosten gaan dan ten laste van je vrije ruimte.
Waarom schaft het kabinet de vrijstelling af?
De afschaffing levert € 123 miljoen per jaar op. Dat bedrag dient als dekking voor de maatregelen tegen hoge energie- en brandstofprijzen. Het kabinet volgt daarmee een door de Tweede Kamer aangenomen motie. De Kamer koos voor deze maatregel in plaats van een versobering van de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA).
Daarnaast oordeelt de evaluatie van de werkkostenregeling negatief over de vrijstelling. Volgens Salaris Vanmorgen dient zij geen maatschappelijk doel. Korting op branche-eigen producten past ook niet bij het doel van gerichte vrijstellingen, namelijk zakelijke kostenvergoedingen onbelast vergoeden. Bovendien past de afschaffing in het streven om de WKR te vereenvoudigen door niet-zakelijke uitzonderingen terug te dringen. Het kabinet weegt dat zwaarder dan de mogelijke financiële nadelen voor sectoren als de detailhandel.
Geen overgangsrecht, geen uitstel
Het kabinet motiveert het ontbreken van overgangsrecht met het argument dat werkgevers de korting kunnen blijven geven. Via de vrije ruimte kan dat ook (deels) onbelast. Uitstel van de inwerkingtreding zou bovendien een budgettaire derving opleveren, en dat wil het kabinet voorkomen.
De diensttijdvrijstelling blijft voorlopig buiten schot. Die aanbeveling uit de WKR-evaluatie wordt, samen met enkele andere, nader onderzocht en uitgewerkt.
Hoeveel ruimte heb je echt?
De vrije ruimte is een algemene vrijstelling in de loonbelasting. De omvang hangt af van de fiscale loonsom. In 2026 is dat 2,0% van de loonsom tot € 400.000 en 1,18% van het bedrag daarboven. Een rekenvoorbeeld: bij een fiscale loonsom van € 1.000.000 is de vrije ruimte € 8.000 plus € 7.080, dus € 15.080. Daaruit moet je ook alle andere WKR-vergoedingen en -verstrekkingen betalen.
Het kabinet schat dat circa 60% van de werkgevers de personeelskorting binnen de vrije ruimte kan verstrekken. Het erkent tegelijk dat dit niet voor iedereen opgaat. Personeelskorting is voor veel werkgevers in branches met eigen producten een belangrijke arbeidsvoorwaarde. In die branches werken veel parttimers en zijn de lonen relatief laag, waardoor ook de vrije ruimte klein is. Wie veel korting op jaarbasis verstrekt, kan de ruimte dus overschrijden.
Eindheffing van 80%: geen straf, wel een kostenpost
Boven de vrije ruimte kun je de korting nog steeds aanwijzen als eindheffingsbestanddeel. Je betaalt dan 80% eindheffing, en de werknemer krijgt de korting onbelast. Veel werkgevers zien dit als een strafheffing. Volgens Salaris Vanmorgen klopt dat beeld niet: de eindheffing is vergelijkbaar met een regulier inkomstenbelastingtarief van circa 44%. Voor jou als werkgever blijft het wel een extra kostenpost bovenop de korting zelf.
Wat betekent dit voor werkgevers?
Heb je nu een regeling voor personeelskorting op branche-eigen producten? Dan loont het om nu al na te gaan wat de afschaffing kost. Praktisch:
- Breng het huidige gebruik in kaart. Bepaal hoeveel korting je per jaar totaal verstrekt, en hoeveel per werknemer.
- Vergelijk met je vrije ruimte. Reken uit hoeveel ruimte je in 2027 overhoudt na je andere WKR-vergoedingen. Met de rekentool voor de werkkostenregeling bepaal je je vrije ruimte.
- Kies een route. Belast je de korting bij de werknemer als loon in natura, of wijs je haar aan als eindheffingsloon? Weeg bij een overschrijding de 80% eindheffing af tegen een lagere korting.
- Pas de voorwaarden aan. Je bent niet meer gebonden aan de grens van 20% en € 500 per jaar. Binnen de vrije ruimte bepaal je zelf de hoogte, mits gebruikelijk.
- Check je cao en arbeidsvoorwaarden. Is de korting vastgelegd in een cao of arbeidsovereenkomst, stem wijzigingen dan af met de betrokken partijen en met de ondernemingsraad, als je die hebt.
- Stem af met je salarisadministratie. Kies je voor loon in natura, dan moet je het loonvoordeel waarderen en verwerken. Dat moest al, ook onder de huidige regeling. De Belastingdienst verwacht een kleine toename van vooroverleggen, maar zegt dit binnen de bestaande capaciteit op te kunnen vangen.
Controleer de definitieve ingangsdatum en uitwerking in het wetsvoorstel en de toelichting van de Belastingdienst. Daar staan de uiteindelijke voorwaarden in.
Veelgestelde vragen
Mag ik na afschaffing nog personeelskorting geven? +
Ja. Je bepaalt als werkgever zelf je arbeidsvoorwaarden, eventueel binnen de cao. Fiscaal belast je de korting als loon in natura bij de werknemer, of je wijst haar aan als eindheffingsloon onder de werkkostenregeling.
Wat gebeurt er als mijn vrije ruimte op is? +
Je kunt de korting dan toch aanwijzen als eindheffingsbestanddeel. Over het deel boven de vrije ruimte betaal je 80% eindheffing, en de werknemer houdt de korting onbelast.
Komt er overgangsrecht of uitstel? +
Nee. Het kabinet heeft overgangsrecht en uitstel afgewezen, onder meer omdat uitstel budgettaire derving oplevert en omdat de vrije ruimte een alternatief biedt.
Verdwijnt de diensttijdvrijstelling ook? +
Niet nu. De aanbeveling om die vrijstelling af te schaffen wordt nader onderzocht en uitgewerkt, net als andere aanbevelingen uit de evaluatie van de werkkostenregeling.
Bronnen
HRM365 schrijft eigen artikelen op basis van deze bronnen. Dit artikel is informatief en geen juridisch advies.