17% van familiebedrijven laat medewerkers meedelen in eigendom
Een op de zes grotere Nederlandse familiebedrijven kent medewerkersparticipatie, blijkt uit onderzoek van Nyenrode, RSM en Van Lanschot Kempen. Meestal is de regeling voorbehouden aan topmanagement en sleutelfiguren.
Bijna een op de zes grotere Nederlandse familiebedrijven laat medewerkers meedelen in het eigendom van de onderneming. Dat blijkt uit onderzoek van Nyenrode Business Universiteit, RSM en Van Lanschot Kempen onder 113 familiebedrijven, meldt Taxence op 8 oktober 2026. De regelingen zijn vooral bedoeld voor een kleine groep sleutelfiguren, maar de belangstelling om ze in te voeren groeit.
Wat laat het onderzoek zien?
Van de ondervraagde bedrijven heeft 17% een vorm van medewerkersparticipatie. Die bedrijven zijn overwegend positief over de uitkomst. Volgens 95% zijn medewerkers die mede-eigenaar zijn gemotiveerder om bij te dragen aan het succes van het bedrijf en voelen ze zich sterker betrokken. Daarnaast verwacht 89% dat deze medewerkers langer in dienst blijven.
Het gaat hier om opvattingen van de bedrijven zelf. Het onderzoek, zoals Taxence het weergeeft, meldt geen gemeten effect op verloop of prestaties.
Vooral voor topmanagement en sleutelfiguren
Participatie is voorlopig geen breed toegankelijke arbeidsvoorwaarde. Bij 89% van de bedrijven met een regeling kunnen alleen het topmanagement en andere sleutelfiguren deelnemen. Slechts bij 11% staat de regeling open voor alle medewerkers. Deelnemende medewerkers bezitten gemiddeld 13,4% van het bedrijf.
Waarom bedrijven het wel of niet doen
Familiebedrijven zetten participatie vooral in om belangrijke medewerkers langdurig aan de onderneming te binden. Voor 47% is het bovendien een aantrekkelijk alternatief beloningselement dat niet direct ten koste gaat van de liquiditeit. Concurrentiedruk en vragen van medewerkers spelen ook een rol.
Onder de bedrijven zonder regeling overweegt 24% om in de toekomst participatie in te voeren voor topmanagement en sleutelfiguren. Zes procent denkt aan een regeling voor alle medewerkers.
Tegelijk zijn de bezwaren duidelijk:
- 69% van de bedrijven zonder regeling wil geen eigendom uit handen geven.
- Ruim de helft noemt de fiscale, juridische en administratieve complexiteit als struikelblok.
- Andere zorgen zijn wat er gebeurt als een deelnemende medewerker uit dienst gaat, tragere besluitvorming en de financiële gevolgen van het terugkopen van participaties.
Cultuur blijft het sterkste bindmiddel
Participatie is volgens het onderzoek maar één van de manieren om personeel te behouden. Familiebedrijven noemen een prettige werksfeer (97%) het vaakst als reden waarom medewerkers blijven. Daarna volgen open communicatie (90%), mogelijkheden voor zelfontplooiing (88%) en een goede werk-privébalans (80%).
De zoektocht naar binding is niet vrijblijvend. Meer dan 70% van de familiebedrijven maakt zich zorgen over de arbeidsmarktkrapte en 45% vreest gevolgen voor de continuïteit van de bedrijfsvoering.
Wat betekent dit voor werkgevers?
Overweeg je om medewerkers te laten meedelen in het eigendom, of word je erom gevraagd? Dan helpen deze stappen om het gesprek concreet te maken:
- Bepaal het doel. Wil je sleutelfiguren langer binden, een beloning bieden die de liquiditeit niet direct raakt, of een brede groep betrekken? Het doel bepaalt voor wie en in welke vorm een regeling past.
- Kies de doelgroep bewust. De meeste bedrijven beperken participatie tot topmanagement en sleutelfiguren. Bedenk vooraf hoe je uitlegt waarom anderen niet meedoen, zodat er geen onrust ontstaat.
- Regel de uittreding vooraf. Uitdiensttreding en het terugkopen van participaties zijn zorgen die bedrijven zelf noemen. Leg daarom eerder dan later vast wat er gebeurt bij vertrek, en wat dat financieel van het bedrijf vraagt.
- Haal specialisten erbij. Omdat fiscale, juridische en administratieve complexiteit het vaakst als bezwaar wordt genoemd, is een adviseur met kennis van arbeidsrecht en belastingen geen overbodige luxe. Laat de uitwerking toetsen voordat je iets toezegt.
- Laat de basis niet liggen. Werksfeer, open communicatie, ontwikkelmogelijkheden en werk-privébalans staan bovenaan bij de redenen om te blijven. Een participatieregeling vervangt die basis niet.
- Houd de besluitvorming in de gaten. Bedrijven vrezen tragere besluitvorming. Maak afspraken over inspraak en zeggenschap van deelnemers, zodat die verwachtingen niet later botsen.
Het onderzoek gaat over grotere familiebedrijven en over verwachtingen en ervaringen van bestuurders. Of een regeling ook bij jouw organisatie leidt tot minder verloop, hangt af van de uitwerking en van de situatie in je bedrijf.
Bron: Taxence, 8 oktober 2026, naar onderzoek van Nyenrode Business Universiteit, RSM en Van Lanschot Kempen.
Veelgestelde vragen
Hoeveel familiebedrijven kennen medewerkersparticipatie? +
Volgens onderzoek van Nyenrode, RSM en Van Lanschot Kempen onder 113 Nederlandse familiebedrijven kent 17% een vorm van medewerkersparticipatie. Het gaat om grotere familiebedrijven.
Wie mag er meestal meedoen aan een participatieregeling? +
Bij 89% van de bedrijven met een regeling kunnen het topmanagement en andere sleutelfiguren deelnemen. Bij 11% staat de regeling open voor alle medewerkers.
Waarom willen familiebedrijven geen eigendom delen? +
Van de bedrijven zonder regeling wil 69% geen eigendom uit handen geven. Ruim de helft noemt de fiscale, juridische en administratieve complexiteit als struikelblok.
Houdt participatie medewerkers langer in dienst? +
Van de bedrijven met een regeling verwacht 89% dat medewerkers die mede-eigenaar zijn langer blijven. Dat is een verwachting van de ondervraagde bedrijven, geen gemeten effect.
Bronnen
- Taxence ↗
HRM365 schrijft eigen artikelen op basis van deze bronnen. Dit artikel is informatief en geen juridisch advies.